CBChristelijke
Begrippen

Begrip uitgelegd

Apostel

Kort gezegd: Een uitgezondene; in het Nieuwe Testament vooral een gezaghebbende getuige van Jezus.

Betekenis

Het Griekse apostolos betekent ‘gezondene’. De twaalf leerlingen krijgen een bijzondere plaats; Paulus noemt zichzelf eveneens apostel.

Herkomst van het woord

Het Griekse apostolos is afgeleid van apostellein, ‘wegzenden’, en duidde in het profane Grieks onder meer een gezant of een uitgezonden vloot aan. In het Nieuwe Testament verschuift het woord van een functieomschrijving naar een titel voor wie met volmacht namens Christus optreedt. Via het Latijnse apostolus kwam het als apostel in het Nederlands terecht.

Bijbelse en historische context

Marcus 3 en Lucas 6 vertellen hoe Jezus uit een grotere groep leerlingen twaalf mannen aanwijst, een getal dat verwijst naar de twaalf stammen van Israël. In Handelingen 1 wordt de plaats van Judas opgevuld en geldt als criterium dat de kandidaat vanaf de doop door Johannes tot de opstanding getuige is geweest. Paulus baseert zijn eigen apostelschap juist op een ontmoeting met de opgestane Heer.

Context en verschillen

Niet iedere leerling wordt in het Nieuwe Testament apostel genoemd. Kerken verschillen in de vraag of het ambt na de eerste generatie voortduurt.

Een discipel is in de eerste plaats leerling; apostel benoemt daarbovenop een zending met gezag, zodat de kring van discipelen ruimer is dan die van apostelen. In lijsten als 1 Korintiërs 12 en Efeziërs 4 staat apostel bovendien naast profeet, evangelist en leraar, wat laat zien dat het geen verzamelnaam voor alle voorgangers is.

Veelvoorkomend misverstand

De aanname dat het Nieuwe Testament alleen de twaalf apostelen kent, houdt geen stand: ook Barnabas en het paar Andronikus en Junia worden zo genoemd. Junia is een vrouwennaam, die in een aantal oudere vertalingen tot de mannelijke vorm Junias werd aangepast; tekstkritisch onderzoek heeft de oorspronkelijke lezing hersteld.

Zorgvuldig gebruik

Het woord leeft voort in de apostolische geloofsbelijdenis en in het rooms-katholieke, orthodoxe en anglicaanse spreken over apostolische successie. In sommige pinkster- en nieuw-charismatische bewegingen geldt apostel als een hedendaags ambt, wat elders op theologische bezwaren stuit. Daarnaast bestaat een beeldend alledaags gebruik, waarin iemand ‘apostel’ van een idee of levensstijl heet.

Bronnen bij deze uitleg

Bronnen geraadpleegd op 20 september 2026. De Nederlandse samenvatting en afbakening zijn redactioneel geformuleerd.

Gerelateerde begrippen

  • Discipel — Een leerling of volgeling, in het Nieuwe Testament vooral van Jezus.
  • Evangelie — Goed nieuws; ook de naam voor de vier Bijbelboeken over Jezus.
  • Kerk — De gemeenschap van christenen; ook het gebouw waarin zij samenkomen.
  • Belijdenis — Een openbare verwoording van geloof; ook een vaste geloofstekst.