CBChristelijke
Begrippen

Begrip uitgelegd

Evangelie

Kort gezegd: Goed nieuws; ook de naam voor de vier Bijbelboeken over Jezus.

Betekenis

Euangelion betekent ‘goed nieuws’. In het Nieuwe Testament gaat het om Gods reddend handelen in Jezus Christus.

Herkomst van het woord

Het Griekse euangelion betekent goede boodschap en werd in de Grieks-Romeinse wereld ook gebruikt voor de aankondiging van een overwinning of van de geboorte van een keizer. Het Nederlands nam het woord via het Latijnse evangelium rechtstreeks over, terwijl het Engels met gospel een vertaling koos: ‘goede tijding’. Het profane gebruik geeft aan de nieuwtestamentische toepassing een politieke ondertoon.

Bijbelse en historische context

Paulus gebruikt het woord in de jaren vijftig voor zijn mondelinge verkondiging, dus ruim voordat er evangelieboeken bestonden. Marcus opent vervolgens met de zin over het begin van het evangelie van Jezus Christus en geeft het woord daarmee voor het eerst de functie van boektitel. In de tweede eeuw raakt de viervoudige verzameling ingeburgerd, onder meer verdedigd door Irenaeus van Lyon.

Context en verschillen

Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes worden evangeliën genoemd. Een evangelie is geen moderne biografie.

Evangelie duidt zowel de boodschap als het boekgenre aan, en die twee betekenissen moeten uit elkaar worden gehouden. De vier canonieke evangeliën staan tegenover later ontstane geschriften als het Evangelie van Thomas, die de kerk niet als Schrift ontving. In de lutherse traditie functioneert evangelie bovendien als tegenpool van wet, een leerstellig begrippenpaar dat losstaat van de boekindeling.

Veelvoorkomend misverstand

Een evangelie wordt vaak gelezen alsof het een neutraal verslag of een moderne biografie is, zodat verschillen tussen de vier boeken als fouten gelden. De auteurs schrijven echter getuigenis met een uitgesproken doel, zoals Johannes aan het slot expliciet zegt, en ordenen hun stof naar thema en betoog volgens antieke conventies.

Zorgvuldig gebruik

In veel kerken wordt de evangelielezing staand aangehoord en soms met een processie en kaarsen omgeven, als teken van bijzonder gewicht. Van het woord zijn evangeliseren en evangelisatie afgeleid, en in het Nederlands duiden evangelisch en evangelicaal verschillende kerkelijke stromingen aan. In gewone taal betekent ‘iets als evangelie beschouwen’ dat men het zonder tegenspraak aanneemt.

Bronkoppeling: De open encyclopedie onderbouwt evangelie als ‘goed nieuws’ en als benaming voor de canonieke vertellingen over Jezus. Johannes 20 formuleert zelf het doel van één evangelie.

Bronnen bij deze uitleg

Bronnen geraadpleegd op 20 september 2026. De Nederlandse samenvatting en afbakening zijn redactioneel geformuleerd.

Gerelateerde begrippen

  • Nieuwe Testament — Het tweede hoofddeel van de christelijke Bijbel, met 27 boeken.
  • Jezus — Joodse leraar uit de eerste eeuw en centrale persoon van het christendom.
  • Canon — De erkende verzameling geschriften die als Bijbel geldt.
  • Apostel — Een uitgezondene; in het Nieuwe Testament vooral een gezaghebbende getuige van Jezus.