CBChristelijke
Begrippen

Begrip uitgelegd

Farizeeër

Kort gezegd: Lid van een Joodse beweging in de periode van de Tweede Tempel.

Betekenis

Farizeeën hechtten aan uitleg en toepassing van de Torah en geloofden onder meer in opstanding.

Herkomst van het woord

Farizeeër komt via Grieks pharisaios waarschijnlijk van een Aramese of Hebreeuwse wortel voor ‘afgescheiden’. De precieze historische aanleiding van die naam is onzeker. Een etymologie is geen bewijs dat leden sociaal teruggetrokken leefden.

Bijbelse en historische context

Farizeeën waren een Joodse beweging in de late Tweede Tempelperiode. Josephus, Paulus en de evangeliën zijn belangrijke maar verschillend gekleurde bronnen. Zij hechtten aan Torahuitleg, mondelinge traditie, opstanding en toepassing buiten de tempel.

Context en verschillen

Het woord als synoniem voor ‘huichelaar’ gebruiken is historisch onjuist en kan anti-Joodse stereotypen versterken.

Farizeeën waren geen priesterspartij zoals Sadduceeën en niet identiek aan alle schriftgeleerden. Rabbijns jodendom ontstond na de tempelverwoesting mede uit verwante tradities, maar een rechtstreekse één-op-één-gelijkstelling is te eenvoudig.

Veelvoorkomend misverstand

Farizeeër als synoniem voor huichelaar vervormt geschiedenis en kan antisemitisme voeden. Evangelische polemiek is een intern-Joodse discussie en noemt ook overeenstemming. Paulus identificeert zichzelf positief als Farizeeër, zelfs na zijn aansluiting bij Jezus.

Zorgvuldig gebruik

Gebruik de historische groepsnaam alleen waar zij relevant is en vervang het scheldwoord door precies gedrag, bijvoorbeeld hypocrisie. Leg in onderwijs uit dat Jezus en zijn gesprekspartners Joods waren en dat conflictverhalen retorisch gevormd zijn. Handelingen 23 laat Paulus zichzelf Farizeeër noemen en strategisch aansluiten bij hun geloof in opstanding, tegenover Sadduceeën. Die passage past niet bij een voorstelling waarin de naam uitsluitend een negatieve karikatuur is. Josephus en het Nieuwe Testament zijn betrokken antieke bronnen, geen neutrale ledenregisters; vermeld bron en belang bij een historische reconstructie. Maak onderscheid tussen Farizeeën vóór 70, latere rabbijnse ontwikkelingen en hedendaagse Joden. Een preek kan het gedrag van een concreet personage bekritiseren zonder een hele beweging tijdloos te veroordelen. Vermijd beeldmateriaal met stereotiepe kleding of gelaatstrekken en corrigeer lesmateriaal waarin ‘farizeïsch’ zonder historische uitleg als algemeen scheldwoord verschijnt.

Bronkoppeling: Het achtergrondartikel over de woordbetekenis benoemt Josephus, het Nieuwe Testament en de rabbijnse traditie als verschillende bronlagen en behandelt mondelinge Torah en dagelijks leven. De analyse van anti-Joodse uitleg ondersteunt de waarschuwing tegen een tijdloze karikatuur; Handelingen 23 onderbouwt Paulus’ eigen identificatie en het opstandingsmotief.

Bronnen bij deze uitleg

Bronnen geraadpleegd op 20 september 2026. De Nederlandse samenvatting en afbakening zijn redactioneel geformuleerd.

Gerelateerde begrippen

  • Schriftgeleerde — Een deskundige in uitleg en toepassing van de Joodse wet en geschriften.
  • Jezus — Joodse leraar uit de eerste eeuw en centrale persoon van het christendom.
  • Opstanding — Opwekking uit de dood; centraal staat de belijdenis dat Jezus is opgestaan.
  • Oude Testament — Het eerste hoofddeel van de christelijke Bijbel.